Inschrijven nieuwsbrief
Studenten doen compostproject in opdracht van biodynamische boeren
Hoe kunnen we onze plantaardige reststromen en onze koeienmest zo optimaal mogelijk composteren? Deze vraag ligt ten grondslag aan het compostproject waarmee de tweedejaars studenten van Aeres MBO Warmonderhof vanaf september bezig zijn.
Praktische kringlooplandbouw
Er is in de landbouw veel behoefte aan een praktische vertaalslag naar kringlooplandbouw en het verwerken van reststoffen. Het is een actueel thema in de landbouwpolitiek en dus ook in het landbouwonderwijs. In het compostproject dat momenteel wordt uitgevoerd door studenten van Aeres MBO Warmonderhof zit voor veel collega-vakdocenten waardevolle informatie; zowel op het gebied van biologie, bodem en bemesting als agrarische techniek, didactiek, tuinbouw, akkerbouw en veehouderij.
Zoveel mogelijk voedingsstoffen en zo min mogelijk uitspoeling
De studenten gingen onderzoeken welke vorm van composteren het beste resultaat geeft, oftewel: met welke vorm van composteren behoud je zoveel mogelijk voedingsstoffen en spoelt er zo min mogelijk nitraat (stikstof) uit? De opdracht voor dit compostproject kwam van twee biologisch-dynamische gemengde bedrijven in de buurt van de school: Warmonderhofstede in Dronten en Gaos in Swifterbant. Het project werd geheel uitgevoerd door de studenten en wordt begeleid door docenten Suzanne Miezgiel en Ties Ruigrok, in samenwerking met de practor Kringlooplandbouw van Aeres MBO, Ruud Hendriks, de betrokken boerderijen en Tjeerd Elzinga, de bouwer van de experimentele minicomposteermachine die werd gebruikt om de hopen te keren. Ties Ruigrok: “Binnen ons onderwijs zijn dit soort praktijkechte projecten van grote waarde voor het leren ‘on the job’. Studenten leerden hoe ze een onderzoek moeten opzetten en hoe ze moeten bemonsteren, meten en registreren”.
Dagelijkse temperatuurmeting en bemonstering
De studenten zetten in totaal zes composthopen op; van potstalmest met gewasresten, van hooimulch met water, van gewasresten met hooimulch, van alleen potstalmest, van potstalmest met bermmaaisel en van gewasresten met hooimulch. Elke dag van de week, van september tot eind december temperatuurden de studenten deze hopen. Ook bemonsterden ze ze op de gehaltes stikstof, fosfor, kalium, de koolstof-stikstofverhouding en de pH-waarde. De composthopen werden behandeld met het valeriaan-spuitpreparaat en diverse compostpreparaten.
Biologische processen in het echt
Zo zagen ze in de praktijk de biologische processen die gaande zijn in de composthoop onder invloed van zuurstof, hitte, water, aarde en beestjes. Dit alles hielden ze bij in een online grafiek, zodat iedereen uit de groep direct op zijn of haar mobieltje kon zien hoe het ervoor stond met de hopen. “Ze waren altijd ‘super satisfied’, zoals ze dat zelf zeiden, wanneer die temperatuur boven de zestig graden uitkwam”, vertelt docent-begeleider, Ties Ruigrok. “Bij zo’n temperatuur worden de ziektekiemen en het onkruidzaden gedood. Dat wil je hebben.”
De praktijk dichterbij brengen
Het doen van dit soort proeven brengt de praktijk dichterbij, aldus practor Kringlooplandbouw Ruud Hendriks. “Je handen in de hoop steken en ontdekken dat 60 graden echt wel heet is, blijft beter bij. Daarnaast merken studenten dat goed onderzoek doen best lastig is. Alleen al de planning van het woelen, die spaak loopt omdat de motor van de woeler het opgeeft. Dat bedenk je niet van tevoren.”
Grotere composthopen doen het beter
Wat de studenten ontdekten, was dat grote composthopen beter de warmte weten vast te houden dan kleine. “Dus één van de adviezen aan de boeren zal zijn, om grotere hopen op te zetten om de compostering beter te laten verlopen”, aldus Ruigrok. “Ook hebben we ontdekt dat september tot en met december te kort is om de plantenresten en de mest voldoende te laten verteren. De temperaturen worden dan gewoon te laag in november buiten en dat heeft een negatieve invloed op de vertering van het materiaal. Eigenlijk heb je, als je in het najaar pas begint en door die koudere wintermaanden heen moet, een half jaar tot een jaar nodig om optimale compost te krijgen. Dat zou voor de boeren kunnen betekenen dat ze deze compost het beste pas kunnen gebruiken net voor het ploegen en inzaaien van hun groenbemesters in het vólgende najaar.”
Microbiologisch onderzoek en conclusies
De komende maanden wordt er nog microbiologisch onderzoek gedaan op de monsters van de verschillende composthopen. “Dan gaan we met de microscoop kijken naar wat het blote oog niet kan zien: de schimmels en bacteriën. Als we deze laatste resultaten ook binnen hebben, kunnen we de publicatie afmaken en dan is het aan de boeren om wat met de onderzoeksresultaten en onze conclusies te doen.”